Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 3 maart 2016

‘Grenzenloze Democratie’ door Sophie in ’t Veld

Op 23 december 2015 hield Sophie in ’t Veld, aansluitend aan de Algemene Ledenvergadering van D66 Regio Buitenland, in Sociëteit De Witte in Den Haag de 5e Kerdijk-lezing met de titel ‘Grenzenloze Democratie’. Onderstaand de integrale tekst van deze lezing.

foto Kerdijk jpg

Het is voor mij een eer en een genoegen om hier vandaag te mogen staan. Ik kreeg de uitnodiging van Maartje Jansen in mei en zei meteen: “ja leuk, 23 december!” Nu iedereen naar de feestdagen toegaat en de grote hectiek even een beetje zakt, is het een mooi moment om eens vrijelijk met u van gedachten te wisselen over wat ons zoal bezighoudt in Europa, en dat onder het thema ‘’Grenzenloze Democratie’. Ik zal meteen aankondigen dat ik daar pas helemaal aan het eind van mijn betoog iets over wil zeggen. Ik wil eerst terugkijken op de afgelopen anderhalf jaar, laten we zeggen vanaf de verkiezingen voor het Europees Parlement vorig jaar mei, en uiteindelijk wil ik ook vooruitkijken.

Als ik terugkijk op de afgelopen anderhalf jaar, dan doe ik dat toch met een gevoel van zorg. En geen zorgen, ik ben een rasoptimist. Anders zat ik niet in de politiek; want in de politiek moet je altijd het idee hebben dat je iets voor elkaar kunt krijgen. Ik zal dus ook zeker met een positieve noot eindigen. Toch kan ik niet verhelen dat Europa er zorgelijk voorstaat. Tegenwoordig hebben we het graag over dreigingsniveaus. Ik zou zeggen dat we zo langzaam aan toch wel in fase oranje zijn aanbeland. En wat is de grootse dreiging voor Europa op dit moment? Dat zijn niet terroristen, dat zijn niet de vluchtelingen, dat is zelfs niet de klimaatverandering. Het is de volstrekte weigering van dit continent om de werkelijkheid onder ogen te zien. Er komen grote uitdagingen op ons af; daar zal ik er straks een aantal van bespreken. Maar een uitdaging is maar zo groot als het vermogen om ermee om te gaan. Als we met elkaar afspreken om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, dan kunnen we die uitdagingen aan. Wat ons op dit moment parten speelt, is de paniekreactie die nog het meest doet denken aan een konijn dat in de koplampen van een auto kijkt vlak voordat hij erdoor wordt verpletterd, in plaats van ervoor weg te lopen of een slimme truc te verzinnen. De uitdagingen die op ons afkomen, zijn zonder meer groot maar niet zonder parallel. Er zijn in de hele wereldgeschiedenis grote uitdagingen geweest; dat hoort nu eenmaal bij het bestaan van de mensheid. Ik kan u ook verklappen dat we ook in de toekomst nog wel met grote problemen te maken zullen krijgen; dat is eigen aan de wereld. De vraag is alleen hoe we daar als Europese Unie mee omgaan. En ik moet zeggen op dit moment niet goed, maar dat zal u ook niet ontgaan zijn. Europa is momenteel vrijwel verlamd.

Een van de grootse uitdagingen waar we op dit moment mee worstelen zijn vluchtelingen die dit jaar massaal naar Europa zijn gekomen. Overigens is dat geen nieuw probleem, want vluchtelingen komen al jaren richting Europa. Het is ook niet voor het eerst dat mensen massaal verdrinken in de Middellandse Zee op de vlucht naar het veilige Europa. Het is vooral dat het dit jaar zo’n massaliteit bereikte dat we er onze ogen niet langer voor konden sluiten. Maar als je kijkt naar de reactie van de Europese Unie, dan is die van een onvoorstelbare passiviteit. We zijn volstrekt verlamd. Anderhalf miljoen vluchtelingen zijn heel veel mensen, maar een continent met 507 miljoen Europese burgers kan dat echt wel aan. De vraag is waarom doen we het dan niet? We zijn al vijftien jaar bezig met een gemeenschappelijk asiel- en vluchtelingenbeleid, en blijkbaar is een vluchtelingenstroom van anderhalf miljoen mensen nodig om ons tot het besef te dwingen dat we al die tijd eigenlijk niets hebben gepresteerd. Ik vind het persoonlijk onvoorstelbaar dat er ondertussen dertien toppen zijn geweest, waar regeringsleiders samenkwamen en plechtig verklaringen aflegden, maar dat er vervolgens niets mee is gebeurd. Het is alweer een paar maanden geleden dat over de herverdeling van 160.000 vluchtelingen is gesproken, maar intussen zijn er nog geen 200 over Europa verdeeld. Er worden miljarden toegezegd aan vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten, aan Turkije en aan programma’s in Afrika, waar ook veel mensen vandaan komen. Van al die miljarden is net 100 miljoen euro uitgekeerd, dus er gebeurt gewoon bijna niets. Dat heeft te maken met de manier waarop wij opereren binnen de Europese Unie. Zowel het Europees Parlement als de Europese Commissie willen inmiddels wel een gezamenlijk vluchtelingenbeleid. Dat betekent een verplichte verdeling van vluchtelingen over Europa en dat betekent ook dat je op dezelfde voorwaarden mensen tot de EU toelaat. Dat ze zich volgens dezelfde voorwaarden mogen vestigen, volgens dezelfde voorwaarden recht hebben op zorg, onderwijs, en toetreding tot de arbeidsmarkt. Dat betekent inderdaad dat je dat gezamenlijk doet als Europese Unie en dat je dat dus niet meer doet als lidstaat. En dan komen de regeringen van de lidstaten weer samen, en die slagen er niet in, gegijzeld als ze zijn door hun Eurosceptische- en xenofobe achterban, om de besluiten te nemen die genomen moeten worden om dit probleem het hoofd te bieden. En dat die problemen zullen blijven komen is een feit; daar hoef je niet over te discussiëren. Alle voorstellen van grenzen dicht en dan gaat het probleem wel weg, zijn ongeveer net zo effectief als de oplossing die wij allemaal als driejarige hadden als het ons allemaal even te veel werd in de grote wereld. Dan trokken we de deken over ons hoofd en dan dachten we dat het monster onder het bed vanzelf zou verdwijnen; dat is niet zo. Dat probleem moet gewoon worden opgelost.

Een ander probleem is het terrorisme. Dit is het grote spookwoord op dit moment. Maar wat nog erger is dan de terreur is dat we volstrekt in de greep zijn van angst en dat we in die stemming van paniek niet meer in staat blijken tot rationele besluitvorming. Ik houd me al sinds 2004 in het Europees Parlement bezig met beleid om terrorisme te bestrijden, en stel vast dat een groot deel van de maatregelen die worden genomen volstrekte flauwekul zijn; die niet alleen de rechtsstaat schenden, maar ook volstrekt ineffectief zijn in de strijd tegen terreur. Af en toe krijg ik echt het gevoel alsof ik op een middeleeuwse markt sta, waar de chirurgijn nog aan aderlating doet, omdat ze toen dachten dat dat effectief was. Daar denken we inmiddels heel anders over. Heel veel van de maatregelen die nu worden genomen, richten zich volstrekt niet op het probleem, maar bestrijden slechts de symptomen. Maar daarmee komt die rechtsstaat wel onder druk te staan en ook de grondrechten en democratie. Ik zie politieke bewegingen, die weinig ophebben met democratie en die de huidige angst aangrijpen om autoritaire tendensen te versterken.

Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de regering Orban in Hongarije, waarvan onderhand iedereen het er wel over eens is dat het op weg is naar een autoritair bewind. Een EU-lidstaat als Hongarije gooit mensen niet in de gevangenis omdat ze een andere mening hebben, maar gaat subtieler te werk. Alle kritische stemmen worden stelselmatig beperkt en het zwijgen opgelegd. Ik zal u een voorbeeld geven. De regering heeft onlangs een nieuwe belasting in het leven geroepen, die zo is opgezet dat er maar één radio- en televisiezender door geraakt wordt, en dat is nou precies de radio- en televisiezender die een kritisch geluid laat horen tegen Orban. En dan zegt Orban: ‘ja stom toeval ,daar kan ik niks aan doen, die wet geldt voor iedereen’. Zo zie je dat er een enorme lappendeken aan maatregelen is genomen, waardoor oppositiepartijen in de knel komen, de media, NGO’s en het maatschappelijk middenveld de mond wordt gesnoerd en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt ingeperkt. Dat betekent dat op een gegeven moment ieder kritisch geluid wordt uitgebannen. Meneer Orban heeft onlangs aangekondigd dat hij meent over dertig jaar nog steeds aan de macht te zijn. Dus dan weet je ongeveer wat je je moet voorstellen bij zijn liberale inslag.

Nu dacht iedereen tot nu toe, Orban, Hongarije dat is een beetje een uitzondering, de rest van Europa is wel OK. En dat blijkt niet zo te zijn, want de nieuwe regering in Polen heeft net gezegd dat ze de regering Orban als lichtend voorbeeld neemt, en een van de eerste stappen die de regering heeft genomen is om een aantal rechters van het Constitutionele Hof te vervangen. Vervolgens worden er nu ook wetten doorgejaagd om het hof aan banden te leggen. Dat zijn geen hoopgevende acties van een nieuwe regering. Wat mij dan nog hoop geeft, is dat mensen in Polen met 50.000 man tegelijkertijd de straat opgaan om te protesteren tegen de regering, want zo hoort het in een democratie.

Om nog even op terrorisme terug te komen: de afgelopen vijftien jaar heb ik gezien dat heel veel maatregelen zijn genomen die zich richten op het 24 uur per dag bewaken van alle burgers in al hun bewegingen, in al hun communicatie en in al hun keuzes. Mensen denken ten onrechte dat dat er allemaal aan bijdraagt om terroristen te vangen en aanslagen te voorkomen. Dit is simpelweg niet waar. Kijk naar alle grote aanslagen, te beginnen met 9/11. Of het nou gaat om Madrid, Londen, Boston, Parijs, Brussel, Oslo of hier Theo van Gogh, in alle gevallen waren de daders vooraf bekend bij de geheime diensten. En wat blijkt: in al die gevallen lag die informatie ergens op een plank, werd niet gedeeld en werd niet goed ingeschat. Ik wil niets kwaads zeggen over het land waar ik woon en mijn brood verdien, maar als ik het volstrekte geknoei zie in de afgelopen maand, als het gaat over het opsporen van de terroristen van Parijs, dan zakt de moed je in de schoenen. En dan vooral als wij als parlementariërs onder druk worden gezet om vervolgens nog meer wetten aan te nemen, om meer bevoegdheden te geven aan de politie en de veiligheidsdiensten terwijl ik denk: de essentie van wat jullie doen, namelijk informatie vergaren en gebruiken voor opsporing en het voorkomen van aanslagen, dat maken jullie gewoon niet waar. Maar jullie krijgen wel steeds meer bevoegdheden en middelen om onschuldige burgers te bespieden.

Mensen zeggen wel eens: “Wat maakt dat nou uit, daar heb je toch helemaal geen last van; als je niks verkeerd doet, heb je ook niets te vrezen”. Ik vind dat als democraat en liberaal een enorme drogredenering. Ten tweede denk ik: wie bepaalt eigenlijk of iets verkeerd is? Stel dat we straks bij de volgende verkiezingen Marine Le Pen krijgen als nieuwe Franse president, vinden we het dan nog steeds zo’n goed idee dat de regering de macht heeft om alle burgers te bespieden? Misschien ook politieke tegenstanders, of misschien mensen met een migrantenachtergrond? We hebben al gezien dat wel degelijk misbruik wordt gemaakt van antiterreurwetten om journalisten te intimideren. Dan heb ik het over landen als het Verenigd Koninkrijk (toch echt geen bananenrepubliek) of Frankrijk, dat journalisten bespioneert. Ik denk dat we daar op een heel verkeerd pad zijn.

Een derde thema is het buitenlandbeleid. Als je ziet wat er gebeurt in de verhouding met Rusland, Oekraïne en Syrië; als je heel cynisch bent, dan zou je zeggen: dat zijn conflicten die ons aangaan, want het is in onze achtertuin en we krijgen direct te maken met de consequenties ervan in de vorm van vluchtelingen en onveiligheid. Maar zelfs als je niet cynisch bent, is er alle reden om te zeggen: wij moeten daar als Europa een rol spelen. Ik vind het verbijsterend dat er vredesconferenties zijn over Syrië, die plaatsvinden in Wenen en dat de Russen, Syrië en de Verenigde Staten aan tafel zitten terwijl de Europese Unie ontbreekt. Ik vind dat verbijsterend, en eerlijk gezegd, als ik de nationale politieke discussies hoor over nationale soevereiniteit, dan denk ik: dat is volstrekt betekenisloos. Want met nationale soevereiniteit kunnen we geen enkele bijdrage leveren aan het oplossen van het conflict in Syrië, het conflict in het Midden-Oosten, de situatie in Oekraïne of in Libië. Dus het wordt hoog tijd dat wij ons als Europa gaan afvragen of we nog wel een rol willen spelen in de wereld.

Dan twee laatste voorbeelden: de eerste is “Dieselgate”, sjoemelsoftware was het woord van het jaar. Ook dit is weer een voorbeeld van hoe zwak Europa is. Waarom moeten de Amerikanen ons er op wijzen dat onze normen, die we met veel pijn en moeite hebben gesteld, niet worden nageleefd? Dat is slecht voor het milieu, slecht voor onze gezondheid, en het is ook slecht voor de kwaliteit van de rechtsstaat. En wat gebeurt er vervolgens? Europa zegt: foei jongens, maar jullie krijgen nog wel een paar jaar om verder te gaan met jullie wanpraktijken. Want wij als Europa zijn niet in staat om, net zoals de Amerikanen, te zeggen: “Afgelopen; vanaf vandaag moet je gewoon zorgen dat je je zaakjes op orde hebt; anders mag je gewoon je product niet meer verkopen”. Boetes opleggen, maar ook daar zie je dat Europa aarzelend, verdeeld en zwak reageert. Waar ligt dat aan? Autoproducenten zijn natuurlijk nationale kampioenen en sterk verbonden met de nationale politiek, en dan wordt Europa heel terughoudend om in te grijpen

Laatste puntje: de Brexit. We hebben het erover alsof het al bijna een feit is. Een hele eigenaardige situatie. Het gaat eigenlijk helemaal niet over het Verenigd Koninkrijk, voor wie dat nog dacht. Het gaat over een ruzie binnen de Engelse Conservatieven, waarbij Cameron in een ondoordacht moment heeft gemeend dat op te moeten lossen met een referendum. Dat is een hele ingewikkelde situatie, want er wordt nu gezegd: Cameron is nu aan het onderhandelen met 27 andere regeringsleiders, en dan komt daar een pakket uit en dat gaat hij dan voorleggen aan de Britten en dan gaat hij proberen om ze te overtuigen dat ze vooral in de Europese Unie moeten blijven. Ik vind dat heel eigenaardig, aangezien de vraag of de Europese Unie uit 27 dan wel 28 lidstaten bestaat niet alleen gevolgen heeft voor de Britse burgers, maar voor ons allemaal. Ik vind het typisch dat zo’n belangrijk besluit dat 507 miljoen Europese burgers raakt, genomen zou worden door 28 regeringsleiders achter gesloten deuren. Daarover zouden mensen eens de straat op moeten gaan. Er wordt over hele fundamentele zaken besloten. Cameron heeft een pakket. Daar zitten symbolische maatregelen in. Hij houdt niet van de kreet “Ever closer Union” in het verdrag. Maar het echt belangrijke punt is natuurlijk het vrije verkeer van werknemers en dat moet echt onaantastbaar zijn, want dat is een van de fundamenten van onze interne markt. Als we daaraan gaan sleutelen, wordt er een precedent geschapen dat ieder land, dat even zijn zin niet krijgt, zegt: nou dan lopen we weg; dan is het einde zoek. Dus dit is een hele delicate situatie, waarbij Cameron dan ook nog het risico loopt dat hij dan weliswaar zijn land uit de EU gaat voeren, maar ook nog eens het risico loopt dat hij het Verenigd Koninkrijk in stukjes gaat opbreken, omdat de Schotten ongetwijfeld wel binnen de EU willen blijven.

Dit zijn een paar willekeurige voorbeelden van kwesties die op dit moment spelen, en die brengen ons allemaal bij de vraag over het functioneren van de EU. Waarom reageert de EU niet? Ik zie daar een aantal zaken. Laat ik eerst even beginnen met de algemene politieke constellatie. Iedereen die een krant leest, kan zien dat overal in Europa populisten en extremisten van allerlei pluimage enorm in opkomst zijn, en in een aantal landen zelfs al aan de macht zijn. Soms hebben ze nog de naam van “middle of the road” democratische partij, maar dat dekt dan nog nauwelijks de lading. Je ziet dat het politieke middenveld steeds meer vervlakt en ook versplinterd raakt. Dat zien we overal gebeuren, nu ook in Spanje weer. En de extremisten zijn overal in opkomst en die bepalen eigenlijk al een jaar of tien de politieke agenda; dat is het probleem. Het is niet zo dat ze overal de macht hebben, maar ze bepalen wel de politieke agenda, en dat maakt dat Europa volstrekt verlamd raakt. Je ziet dat de Europese Raad, dus de 28 regeringsleiders, niet meer in staat is tot wat voor besluit dan ook. Dat hebben we gezien tijdens de financiële crisis, de crisis binnen de eurozone, de vluchtelingen, de terreurdreiging en we zien het op het gebied van buitenlands beleid. Op al die terreinen is Europa volstrekt machteloos. Maar dan wordt er ogenblikkelijk gezegd : “de opkomst van de Eurosceptici, zoals dat dan eufemistisch wordt genoemd, heeft te maken met het feit dat Europa slecht functioneert en heel bureaucratisch is en zich bemoeit met allemaal onzinnige dingetjes”. Dan denk ik: ja dat is allemaal waar en toch ben ik er niet van overtuigd dat als we bijvoorbeeld de Europese regels voor schoolmelk en schoolfruit gaan schrappen, dat iedereen dan opeens weer dol is op de Europese Unie. Volgens mij gaat het probleem veel dieper, want als ik kijk naar de andere kant van de oceaan, naar de Verenigde Staten, dan zie ik dat meneer Trump daar enorm in opkomst is. Als Trump een Europeaan was geweest, was hij lid geweest van de anti-Europese fractie in het Europees Parlement, want hij verkondigt exact hetzelfde verhaal. Maar nu hebben ze in de Verenigde Staten alleen geen Europese Unie om de schuld te geven. Er is dus echt een probleem dat veel groter is en dat probleem bestaat in verschillende delen van de wereld. Alleen wij hebben er een label opgeplakt: Eurosceptisch. Het punt is dat als Eurosceptisch wel een symptoom is maar niet de oorzaak van het probleem, wij dan bezig zijn met symptoombestrijding als we denken dat we met anti-Europese praat de mensen kunnen overtuigen van het nut van Europese integratie. Ik denk dat we daarmee op de verkeerde weg zijn.

Dat Europa verlamd is, staat los van het politieke klimaat maar heeft te maken met de manier waarop we Europese besluitvorming hebben ingericht en waarbij de regeringsleiders heel veel te zeggen hebben. Dit werkte heel goed toen de Europese Unie nog uit zes landen bestond en toen het vooral over simpele kwesties als kolen en staal ging. Voor de uitdagingen van vandaag, die we niet alleen met 28 regeringen maar ook met 507 miljoen burgers het hoofd moeten bieden, werkt dat gewoon niet meer. Van de 28 is er namelijk altijd wel eentje die niet mee wil doen. Op papier is het niet zo dat elke lidstaat op elk onderwerp een veto heeft, maar in de praktijk is dat wel degelijk de manier waarop zo’n Raad functioneert. Want het komt zelden voor dat de Raad echt met meerderheid besluit en dus een minderheid van lidstaten “passeert” tegen hun zin in, vooral op gevoelige thema’s gebeurt dit niet. Dat dit wel gebeurde bij het bepalen van de verdeelsleutel van vluchtelingen, waarbij een aantal lidstaten werd weggestemd door de meerderheid, is vrij uniek. Ik heb dat, eerlijk gezegd, in die vorm niet eerder gezien.

Nog een klein zijsprongetje. Ik merk wel dat in die discussie wordt gezegd: “zie je wel; het zijn toch die Oost-Europeanen, die zijn toch anders, die zijn niet solidair”. Daar zou ik toch wel wat kanttekeningen bij willen zetten. In de eerste plaats kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat West-Europa de vluchtelingen ook niet met open armen heeft ontvangen. Het jongste voorbeeld waar ik geschokt over ben, is de Deense regering die heeft gezegd dat alle asielzoekers aan de grens verplicht worden gefouilleerd en ze moeten hun bezittingen afgeven, met uitzondering van heel persoonlijke zaken zoals een trouwring. Alle overige dingen worden afgenomen. Ik gruw daarvan! Ik wil er ook nog even aan herinneren dat die Oost-Europese landen vijftien jaar pijnlijke hervormingen hadden doorgemaakt om lid te kunnen worden van de Europese Unie. En dat de EU vervolgens zei: “dat is goed; dan mogen jullie lid worden, maar de komende zeven jaar mogen jullie hier nog niet komen werken. Vervolgens kwamen er nog allemaal uitspraken overheen, het Polen Meldpunt; wie kent hem nog? Dus om nou tegen Oost-Europa te zeggen “jullie zijn niet echt solidair” lijkt me niet heel terecht.

Is er nog hoop na al deze ellende? Jazeker! Ik heb aan het begin gezegd, en daar blijf ik bij, we zitten wel in alarmfase oranje. Het is niet meer zo dat we op een kruispunt staan van verdere Europese integratie of desintegratie, want op heel veel terreinen heeft de desintegratie al ingezet. Schengen is bijvoorbeeld op dit moment uit elkaar aan het vallen. Wil dat zeggen dat er helemaal niks meer aan te redden is? Nee, dat wil het niet zeggen; maar het wordt wel steeds moeilijker om terug te komen op het pad van Europese integratie. En het ligt bij ons, wij hebben het in eigen hand. Sommige mensen denken dat het iets is als het weer dat ons overkomt. Nee, wij burgers hebben met z’n allen de macht om te bepalen of wij samen verder willen. Dat we zeggen: die uitdagingen die op ons afkomen zijn zo groot, die willen we samen het hoofd bieden. De keuze is aan ons; en als ik kijk naar de wereldkaart en hoe wij er als Europa voor staan – we zijn, wat ik maar zal omschrijven als een krimpregio. Europa krimpt en vergrijst, terwijl andere delen van de wereld, ook in termen van economische ontwikkeling, enorm in opkomst zijn. En dat zijn de politieke spelers van dit moment. De westerse hegemonie komt tot een einde.

We kunnen met deze Europese Unie weer terug naar de frontlinie van regio’s in de wereld, maar dan zullen we wel moeten besluiten tot diepere Europese integratie. Het Europa van intergouvernementele besluitvorming, waarbij regeringsleiders samenkomen achter gesloten deuren, dat Europa bestaat niet meer. Het werkt niet, we houden ons nog even vast aan de illusie dat het functioneert, maar het is een fictie; het is een middel dat z’n tijd gehad heeft. Wat wel werkt, is een democratisch Europa, een politieke unie. Voor sommige mensen is dat een schrikbeeld; maar toch is dat de enige manier en dat betekent dat we wel degelijk met 507 miljoen burgers een politieke gemeenschap moeten vormen. En dan zeggen mensen wel eens: “maar we zijn allemaal heel verschillend”. Ja, maar wij Nederlanders zijn ook geen eenheidsworst en toch zijn we heel goed in staat om één politieke identiteit te hebben. Dat kan heel goed, het Europees Parlement heeft zich echt in rap tempo ontwikkeld tot een politieke arena. Is dat altijd makkelijk? Nee, dat is niet altijd makkelijk; het vergt vertrouwen.

Ik sluit af met het volgende: Europa heeft al voor hetere vuren gestaan. We hebben al slechte tijden gehad. Er zijn tijden geweest na ‘45 na ’89 dat wij als Europeanen niet veel reden hadden om elkaar te vertrouwen en te kiezen voor een gezamenlijke toekomst, een gezamenlijke lotsbestemming. Daar kunnen we weer voor kiezen, als wij ons realiseren dat wij die uitdagingen gezamenlijk goed het hoofd kunnen bieden. Als we mensen kunnen laten zien dat de oplossing voor de zorg, de bescherming, de geborgenheid, komt van een sterk Europa. Niet van een verdeeld Europa, van een verbrokkeld Europa, een Europa verscheurd door nationalisme en wantrouwen. Een sterk Europa, waar we met elkaar goed samenwerken. Want dan komen we uit deze crisis en hebben we als Europeanen een mooie toekomst in de wereld.

Ik dank u wel.