Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 29 juli 2015

Column Gerben-Jan Gerbrandy, D66-lid Europees Parlement

Een Europese energieoplossing

Aluminiumfabriek Aldel in Groningen ging vorig jaar failliet door te hoge energieprijzen in Nederland. Door de crisis in Oekraïne werd Europa geconfronteerd met grote politieke problemen met de belangrijkste leverancier van fossiele brandstoffen: Rusland. Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek, draaien de Nederlandse kolencentrales nog altijd op volle toeren.

De incidenten zijn terug te brengen tot de drie grootste problemen van energie in Europa. Energie is te duur, te vervuilend, en we zijn te afhankelijk van landen als Rusland. De kosten hiervan zijn economisch, ecologisch én politiek enorm. De Europese Unie importeert jaarlijks voor meer dan 400 miljard euro aan fossiele energie. En Europese bedrijven hebben een elektriciteitsrekening die veertig procent hoger is dan hun Amerikaanse concurrenten.

Dit schreeuwt om een sterke, Europese oplossing. Zowel Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker als Raadspresident Donald Tusk hebben verstrekkende plannen om de energie-unie op de kortst mogelijke termijn te realiseren. Beide heren hebben hun eigen prioriteiten. Voor Juncker is de energie-unie een deel van de 300 miljard die hij in de komende jaren wil uittrekken om de economie en werkgelegenheid in Europa een impuls te geven. Voor de Pool Tusk is het thema van veiligheid en solidariteit actueler dan ooit, nu heel Europa de hete adem van Poetin voelt.

Als toekomstig voorzitter van de Raad van de Europese Unie is Nederland in een uitstekende positie om deze visies te verbinden en opnieuw de rol van gidsland op zich te nemen. Voor zowel Juncker als Tusk valt veel te zeggen, maar de energie-unie moet meer zijn dan een investeringsspeeltje of een politiek instrument. Zij moet een visie zijn op een toekomstbestendig model om in onze energiebehoefte te voorzien.

Voor D66 moet een Europese energie-unie geen deelbelangen behartigen, maar alle drie Europese energieproblemen tegelijk aanpakken. Hoe? Om te beginnen met een competitieve interne energiemarkt, in combinatie met een goed functionerend CO2-emissiehandelssysteem. De huidige lappendeken van nationale monopolies en protectionistische politiek is volstrekt inefficiënt. De schijnsoevereiniteit van nu is gevaarlijk en kostbaar, zoals het Belgische voorbeeld aantoont. We moeten naar een geïntegreerd, slim netwerk in Europa, waarin energie vrij tussen landen kan vloeien. Ten tweede moet veel hogere prioriteit aan energiebesparing worden gegeven. 90% van de gebouwen in Europa is op dit moment energie-inefficiënt. In de derde plaats zal veel meer en slimmer geïnvesteerd moeten worden in nieuwe technologieën. Momenteel importeren we ons arm, terwijl we ons rijk kunnen innoveren. Europa moet weer leidend worden in nieuwe energietechnologie.

Naar buiten toe moet Europa met één mond spreken om niet door Poetin c.s. uiteen gespeeld te worden. Intern moet een sterke Europese Commissie toezien op een goed functionerende interne energiemarkt en de juiste uitvoering van eensgezind Europees energiebeleid. We moeten van 28 energie-unietjes, naar één krachtige energie-unie die Europa uiteindelijk een overvloed aan schone, goedkope energie zal bieden.